Mijn sollicitatieproces schrikt kandidaten af
Sommige mensen blijven eeuwig en altijd immoweb afschuimen ook al wonen ze in hun droomhuis, andere weten overal de beste koffiebars of restaurants te vinden en nog andere hebben de gave om op airbnb de pareltjes te strikken lang voordat ik er aan denk dat ik nog een logeerplek moet zoeken. Ik kan mezelf (helaas) in geen van deze vakjes proppen. Mijn gevoelig radartje is gericht op vacatures. Yep, je leest het goed. En toch ben ik geen recruiter geworden of zal ik het ooit worden. Nee, ik vind het gewoon bijzonder fijn om vacatures te spotten en gericht door te sturen naar andere of naar mezelf. Samengevat; iedereen heeft recht op een ‘afwijking’.
Ik lees graag vacatures. In mijn beleving vertelt een vacature – en bij uitbreiding het hele sollicitatieproces – zoveel over de manier waarop je aan bedrijfsvoering doet, inclusief vacature clichés. Ik vraag me dan graag af hoe een samenwerking er zou uitzien en of ik mezelf of iemand anders daar ‘in’ zou zien ‘passen’.
Getriggerd door een advertentie
Eind januari viel mijn oog nog eens op zo’n vacature. Inhoudelijk was het liefde op het eerste gezicht. Het bedrijf in kwestie streeft naar gelukkige medewerkers in wendbare bedrijven. Als ik even verder scrolde kon ik ook de visie op leren nalezen: leren vanuit talenten om sneller, gemotiveerder en efficiënter te kunnen leren. Yes! Mijn brein maakt onmiddellijk en gratis de connectie tussen snelheid, autonomie, zelfsturing, eigenaarschap, … al die mooie, dure en ook lege termen waar we zo gemakkelijk onze mond van vol hebben. Ook ik.
Snel reageren … werkt niet in 2 richtingen
Als alternatief voor een klassiek vragenlijstje en cv als bijlage mocht het ook wat anders zijn: “We vinden het steeds leuk als je jezelf of je L&D-ambitie op een andere creatieve manier voorstelt. Dit is geen vereiste.” Check! Geen debiele assessments, geen saaie cv’s, geen rollenspel … het wordt alleen maar beter. In mijn hoofd althans want ik krijg hoop op een écht gesprek, waarin verkennen en exploreren geen eenrichtingsverkeer zou zijn. Helemaal in mijn nopjes stuurde ik een (niet-standaard) mailtje met mijn deugnieten schoenen aan. En dan Wachten. Volgende dag vriendelijk en vrolijk berichtje van de assistente dat mijn mail was doorgestuurd naar de collega’s. Hopla! We zitten duidelijk in de juiste versnelling. En dan Wachten. Wachten. Wachten. Wachten. Nog meer wachten. Nog langer wachten. Snelheid? Zoek.
Maar wacht, het wordt alleen maar beter: Ik kreeg een vriendelijke mail van x om te zeggen dat y me een mailtje zou sturen met enkele voorstellen tot online overleg. Online-overleg? Oei, was mijn oorspronkelijke mail dan wel doorgestuurd? Als ik met y een gepast moment had gevonden zou x me nadien een uitnodiging sturen. Euh…. Ok! Ik stuurde terug dat ik met Elisabeth, mijn denkbeeldige assistente zou overleggen en snel iets zou laten weten. Kwestie van niet uit de maat te vallen. Ik checkte nog even aan wie ik nu net wat moest laten weten. Stout?! Onprofessioneel? Misschien. Ik liet y weten welk moment me het beste paste. 9 dagen later kreeg ik een link voor de volgende dag.
Weet je wat ik nog het meest jammerlijk vind: er werd niet eens écht gereageerd op mijn oorspronkelijke mail. Er werd standaard geantwoord – net niet automatisch- op een niet-standaard bericht. Wat een gemiste kans. Vanaf het tweede contact (via mail) had ik al mijn interesse in een eventuele samenwerking verloren. De spiegelaar in mezelf werd wakker en wou het gesprek toch aangaan. Helaas vanuit mijn eigen valkuil.
Een sollicitatiegesprek uit de oude tijd
Ik belandde in een sollicitatiegesprek waarvan ik dacht dat ze niet meer bestonden: “Ik heb je LinkedIn profiel bekeken maar wil je toch vragen je even voor te stellen….” Euh… ok, wat wil je weten? Waar loop jij warm van, wat zijn je ‘talentjes’…. Naar mijn gevoel voerden we geen écht gesprek. Alsof ik onder een QR-scanner werd gelegd en mijn gegevens even werden uitgelezen. Beschikbaarheid? Kostprijs?
Ik kreeg het gevoel dat er iemand boven me vanuit macht ging leiden en dirigeren. Alsof enkel ‘x’ te beslissen heeft of ik daar ‘wil’ werken. En ik? Mag ik even voor mezelf aanvoelen of ‘ik’ hierin pas/wil passen? Verbaasd over hoe ‘een open bedrijfscultuur’ toch zo anders kan worden ingevulde haakte ik af. Het deed mijn intentie om open, eerlijk en nieuwsgierig het gesprek aan te gaan smelten als sneeuw voor de zon, mijn irritatiezone werd geactiveerd.
Evenwaardigheid in het gesprek: zoek. Eerst antwoorden geven, daarna heb je het recht om vragen te stellen. Bizar. Als ik op het einde van het gesprek vroeg wat x haar gevoel bij dit gesprek was kreeg terug dat ze me wel heel erg direct vond in mijn communicatie.
Hoe het verder zou gaan? X geeft nu feedback aan de volgende in rang. Dat kan even duren want ze handelen de sollicitaties af in ‘batches’. Daarna mag ik antwoord verwachten of ik al dan niet op een tweede rond wordt uitgenodigd om een ‘case’ te komen uitwerken.
Geen “match” voor mij
Begin deze week besloot ik op mijn fiets om niet te wachten op een antwoord. Ik volgde mijn buikgevoel en trok de stekker er zelf uit.
Moraal van het verhaal? Solliciteren hoeft al lang geen machtsspel meer te zijn waarbij de werkgever beslist wil al dan niet geschikt is om voor ‘hem’ te komen werken. Solliciteren is geëvolueerd naar een samenspel waarbij ook de sollicitant komt aftoetsen of er een ‘match’ is. En dat is volgens mij maar goed ook. Gesprekken kunnen hierdoor een échte meerwaarde leveren op een cv en zijn bovendien veel openhartiger.